
VELUX rolluik op zonne-energie herstellen of vervangen: wat als je solar rolluik niet meer werkt?
31/05/2026
Hoe kies je nu een goede VELUX installateur? 8 punten die je vooraf moet controleren
04/06/2026
10 meestgemaakte fouten bij de installatie van dakramen
Een dakraam plaatsen lijkt eenvoudig, maar technisch is het een kwetsbare bouwknoop waar waterafvoer, isolatie, luchtdichting, dakbedekking en binnenafwerking samenkomen.
Veel problemen ontstaan dan ook niet door het dakraam zelf, maar door fouten bij de plaatsing. Een correct geproduceerd dakraam kan alsnog lekken, klemmen, condenseren of slecht werken als het verkeerd gemonteerd wordt.
Vaak gaat het om kleine details: enkele centimeters pannenafstand, een verkeerd gootstuk, een slechte onderaansluiting of een kozijn dat niet perfect haaks geplaatst is.
1. Het dakraam wordt op de verkeerde hoogte in de ruimte geplaatst
Een dakraam moet niet alleen technisch passen in het dak, het moet ook logisch zitten in de ruimte. Toch wordt de hoogte van het dakraam vaak te weinig doordacht.
Wanneer een dakraam te hoog geplaatst wordt, krijg je wel daglicht, maar verlies je vaak het zicht naar buiten. Het raam voelt dan eerder aan als een lichtopening in het dak dan als een echt raam. Zeker in een slaapkamer, bureau, hobbyruimte of leefruimte is dat jammer, omdat een dakraam niet alleen licht moet brengen, maar ook contact met buiten.
Wordt het dakraam te laag geplaatst, dan kan de bediening onpraktisch worden. Het raam kan ook slecht uitkomen tegenover meubels, knieschotten of de binnenafwerking. Bovendien kan de lichtverdeling in de ruimte minder goed zijn.
Een goede installateur kijkt dus niet alleen naar de plaats tussen de kepers of spanten. Hij houdt ook rekening met de dakhelling, de kijkhoogte, de functie van de kamer en de manier waarop de binnenzijde later wordt afgewerkt.
Een dakraam dat op de juiste hoogte zit, voelt natuurlijk aan in de ruimte. Je krijgt licht, zicht en comfort. Dat begint al vóór de eigenlijke plaatsing.
2. Er wordt een verkeerd type gootstuk gebruikt
Een dakraam heeft een correct gootstuk nodig om water veilig af te voeren rond het raam. Dat gootstuk moet passen bij het type dakbedekking. Een dak met vlakke leien vraagt een andere aansluiting dan een dak met geprofileerde dakpannen.
Een veelgemaakte fout is dat er een verkeerd gootstuk gebruikt wordt, of dat men probeert een aansluiting passend te maken terwijl het systeem daar eigenlijk niet voor bedoeld is. Dat kan leiden tot slechte aansluiting op de dakbedekking, water dat minder goed wegloopt of openingen waar wind en regen gemakkelijker binnendringen.
Het gootstuk is geen accessoire dat er zomaar bij hoort. Het is een essentieel onderdeel van de waterdichting rond het dakraam. Wanneer dat niet klopt, kan de rest van de installatie nog zo mooi uitgevoerd zijn, maar blijft de basis fout.
Een goede plaatsing begint dus met de juiste combinatie van dakraam, gootstuk en dakbedekking. Niet elk gootstuk past op elk dak. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk wordt deze fout nog te vaak gemaakt.
3. De loodslab onderaan wordt slecht gevormd
Onderaan het dakraam moet het water dat van het glas en de zijgoten komt, correct over de dakpannen worden afgevoerd. Daarvoor is de onderaansluiting of loodslab heel belangrijk.
Een vaak voorkomende fout is dat deze slab slordig wordt gevormd. Ze sluit dan niet mooi aan op het profiel van de dakpannen. In de hoeken blijft soms aluminium zichtbaar of er ontstaan kleine openingen waar vuil, wind of regenwater vat op kunnen krijgen.
Visueel ziet dat er onafgewerkt uit, maar technisch is het vooral een teken dat de aansluiting niet zorgvuldig genoeg is uitgevoerd. De onderzijde van een dakraam is een cruciale afvoerzone. Als het water daar niet vlot weg kan, verhoogt het risico op vochtproblemen.
De loodslab moet netjes meegevormd worden met de dakpan, zonder ze te forceren en zonder open hoeken achter te laten. Dit vraagt tijd en aandacht. Het is geen detail dat je snel even afwerkt op het einde van de plaatsing.
Een dakraam is pas goed geplaatst wanneer ook de onderaansluiting correct gevormd is.






4. Het kozijn wordt niet waterpas geplaatst
Een dakraam moet recht en waterpas in het dakvlak zitten. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk gebeurt het niet altijd nauwkeurig genoeg.
Wanneer het kozijn niet waterpas staat, kan dat verschillende gevolgen hebben. De vleugel kan minder soepel bewegen, het raam kan moeilijker sluiten of de rubbers drukken niet overal gelijkmatig aan. Ook de afvoer van water rond het raam kan minder goed verlopen wanneer het raam niet correct gepositioneerd is.
Het moeilijke is dat deze fout op het eerste gezicht niet altijd zichtbaar is. Het dakraam zit in het dak, de pannen liggen terug en van buitenaf lijkt alles afgewerkt. Maar technisch kan het raam toch verkeerd staan.
Daarom moet tijdens de plaatsing altijd gecontroleerd worden of het kozijn correct uitgelijnd is. Niet ongeveer. Correct.
Een dakraam werkt met kleine toleranties. Een kleine afwijking in de plaatsing kan genoeg zijn om later problemen te veroorzaken.
5. Dakpannen worden te dicht tegen het dakraam geplaatst
Rond een dakraam moet voldoende afstand blijven tussen het gootstuk en de dakpannen. Die afstand is nodig om water correct te laten afvoeren en om te vermijden dat dakpannen de werking van het gootstuk hinderen.
Een veelgemaakte fout is dat dakpannen te dicht tegen het dakraam worden gelegd. Vaak gebeurt dat omdat men denkt dat een strakke aansluiting mooier is. Maar technisch is dat verkeerd.
Wanneer de dakpannen te dicht tegen het dakraam liggen, kan regenwater minder vlot wegstromen. Vuil, mos of bladeren kunnen zich sneller ophopen. Bij hevige regen of sneeuw kan het water dan zijn weg zoeken onder de dakpannen of richting de aansluiting van het raam.
Een dakraam mag dus niet ingeklemd zitten tussen de dakpannen. De juiste afstand is geen esthetische keuze, maar een technische vereiste.
Strak is niet altijd correct. Bij dakramen is ruimte rond het gootstuk net nodig om water veilig af te voeren.
6. Dakpannen worden door de zijgoot vastgeschroefd of genageld
Dit is een ernstige plaatsingsfout. De zijgoten van een dakraam zijn bedoeld om water af te voeren. Ze mogen nooit gebruikt worden als bevestigingspunt voor dakpannen.
Wanneer een dakpan door de zijgoot wordt vastgeschroefd of genageld, wordt een waterafvoerend onderdeel doorboord. Daardoor ontstaat er een zwakke plek in de waterdichting. Zelfs als het niet onmiddellijk lekt, kan dit later wel problemen geven door beweging, temperatuurverschillen of veroudering.
Deze fout ontstaat vaak door gemakzucht of gebrek aan kennis. De dakpan moet stevig liggen, maar niet ten koste van de waterdichte aansluiting van het dakraam.
Een zijgoot is geen bevestigingszone. Het is een afvoerzone voor water. Die moet volledig intact blijven.
Als er door een zijgoot geboord of genageld wordt, is het risico op toekomstige lekkage sterk verhoogd.
7. Het dakraam wordt rondom opgespoten met PUR-schuim
PUR-schuim wordt vaak gebruikt omdat het snel openingen opvult. Maar een dakraam rondom volspuiten met PUR is geen correcte oplossing.
Te veel PUR kan druk zetten op het kozijn. Daardoor kan het raam licht vervormen, moeilijker sluiten of beginnen klemmen. Een dakraam moet correct geïsoleerd worden, maar het kozijn moet zijn vorm en werking behouden.
Daarnaast is PUR op zichzelf geen volledige oplossing voor isolatie, luchtdichting en dampremming. Wie enkel schuim gebruikt om de aansluiting rond het dakraam af te werken, mist een belangrijk deel van de bouwfysica.
Een dakraam zit op een plaats waar warme binnenlucht, koude buitenlucht en vocht elkaar kunnen ontmoeten. Als de aansluiting niet correct is opgebouwd, kunnen condens en koudebruggen ontstaan.
Isoleren rond een dakraam is noodzakelijk. Maar alles zomaar volspuiten met schuim is geen vakwerk.
Laat je dakraam niet zomaar plaatsen
Een dakraam dat verkeerd geplaatst wordt, kan later zorgen voor lekkage, condens of een raam dat moeilijk sluit. Via ConfiGo kan je je aanvraag voorbereiden en nagaan welke oplossing past bij jouw dak en ruimte.
8. Er is geen correcte isolatie- en dampschermaansluiting
Een dakraam moet niet alleen aan de buitenzijde waterdicht zijn. Ook de aansluiting aan de binnenzijde moet correct worden uitgevoerd. Dat betekent dat er aandacht moet zijn voor isolatie, luchtdichting en dampremming.
Wanneer de aansluiting rond het dakraam onvoldoende geïsoleerd is, kan er warmteverlies ontstaan. Maar het grotere probleem zit vaak bij vocht. Warme binnenlucht bevat waterdamp. Als die lucht in de dakconstructie trekt en daar afkoelt, kan condens ontstaan.
Dat kan leiden tot vochtplekken, schimmelvorming, aantasting van hout of een koud gevoel rond het raam. Soms wordt het probleem pas maanden of jaren later zichtbaar, terwijl de oorzaak al bij de plaatsing aanwezig was.
Een correcte dampschermaansluiting voorkomt dat vochtige binnenlucht zomaar in de constructie terechtkomt. Zeker in goed geïsoleerde woningen is dit belangrijk, omdat luchtdichtheid daar een grotere rol speelt.
Een dakraam is dus niet klaar wanneer het buiten waterdicht is. De binnenzijde moet technisch even correct worden aangesloten.
9. Er wordt een houten dakraam geplaatst in een badkamer
Een houten dakraam kan perfect geschikt zijn in droge ruimtes zoals slaapkamers, bureaus of zolders. Maar in een badkamer is hout meestal geen goede keuze.
Een badkamer is een vochtige ruimte. Douchen, baden en beperkte ventilatie zorgen voor veel waterdamp. Hout is gevoeliger voor vocht en vraagt meer onderhoud. Op termijn kan dat leiden tot aantasting van de afwerking, schimmelvorming of afbladderende lak.
De fout zit niet alleen in het materiaal zelf, maar vooral in het niet aanpassen van de keuze aan het gebruik van de ruimte. Een dakraam in een badkamer heeft andere eisen dan een dakraam in een droge slaapkamer.
In vochtige ruimtes kies je best voor een vochtbestendige en onderhoudsvriendelijke afwerking. Dat beperkt het risico op schade en maakt het raam beter geschikt voor dagelijks gebruik in een ruimte met veel vocht.
Een dakraam kiezen is dus meer dan de juiste maat bepalen. Ook de ruimte waarin het raam komt, bepaalt mee welk type dakraam verstandig is.
10. Het kozijn wordt niet overhoeks gelijk gemonteerd
Een dakraam moet niet alleen waterpas staan. Het kozijn moet ook overhoeks gelijk gemonteerd worden. Dat betekent dat de diagonale afmetingen van het kader gelijk moeten zijn.
Wanneer die diagonalen verschillen, staat het kozijn licht uit de haak. Op het eerste gezicht lijkt het dakraam dan misschien goed geplaatst. Het zit in het dak, de dakpannen liggen terug en de buitenafwerking oogt normaal. Maar bij het openen en sluiten merk je vaak dat er iets niet klopt.
De vleugel begint te schuren, sluit moeilijk, klemt tegen het kader of valt niet mooi in de rubbers. Soms denkt men dan dat het raam zelf een probleem heeft, terwijl de oorzaak bij de montage ligt.
Een dakraam werkt met kleine toleranties. Als het kozijn niet perfect haaks staat, komt de vleugel niet juist in het kader te liggen. Daardoor ontstaat er extra spanning, slijtage of een slechte sluiting.
Een goede installateur controleert dus niet alleen of het kozijn waterpas staat, maar meet ook de diagonalen. Pas wanneer het kozijn waterpas én overhoeks gelijk staat, is de basis correct.
Een dakraam dat schuurt, klemt of moeilijk sluit, heeft niet altijd een probleem met de vleugel. Vaak staat het kozijn niet perfect haaks gemonteerd.
Slotconclusie
De meeste problemen met dakramen ontstaan niet door het dakraam zelf, maar door fouten tijdens de installatie. Een verkeerd gekozen gootstuk, te weinig pannenafstand, een doorboorde zijgoot, te veel PUR-schuim of een kozijn dat niet haaks staat, kan later zorgen voor lekkage, condens, tocht of een dakraam dat moeilijk sluit.
Wie een dakraam laat installeren, kijkt daarom best verder dan alleen de prijs. Vraag hoe het dakraam geplaatst wordt, welk gootstuk gebruikt wordt, hoe de aansluiting rond het raam wordt geïsoleerd en hoe gecontroleerd wordt of het kozijn correct gemonteerd is.
Een dakraam moet niet alleen daglicht binnenbrengen. Het moet jarenlang waterdicht, goed geïsoleerd, vlot bedienbaar en comfortabel blijven.
Een correcte installatie is geen luxe. Het is de basis.
Deze vragen krijgen we ook regelmatig van klanten
Mogelijke signalen zijn lekkage, tocht, condens, een vleugel die moeilijk sluit, een raam dat schuurt of dakpannen die te dicht tegen het dakraam liggen. Ook zichtbare openingen rond de loodslab of doorboorde zijgoten wijzen op een slechte plaatsing.
Een dakraam zomaar rondom volspuiten met PUR-schuim is geen goede oplossing. Te veel PUR kan druk zetten op het kozijn en de werking van het raam verstoren. Rond een dakraam is een correcte isolatie, luchtdichting en dampschermaansluiting belangrijker dan simpelweg alles opvullen met schuim.
Een dakraam lekt meestal niet door het raam zelf, maar door een fout in de plaatsing. Denk aan een verkeerd gootstuk, te weinig afstand tot de dakpannen, een slecht gevormde onderaansluiting of een beschadigde zijgoot. Ook vuilophoping of een foutieve aansluiting op de dakbedekking kan waterproblemen veroorzaken.
Die afstand is nodig om water goed te laten wegstromen via het gootstuk. Wanneer dakpannen te dicht tegen het dakraam liggen, kan water minder vlot weg, waardoor vuil, mos of sneeuw zich kan ophopen. Dat verhoogt het risico op insijpeling.
Een dakraam dat klemt of moeilijk sluit, kan verkeerd gemonteerd zijn. Vaak staat het kozijn dan niet waterpas of niet overhoeks gelijk. Daardoor ligt de vleugel niet mooi in het kader en kan hij beginnen schuren of slecht sluiten.
In een badkamer is een houten dakraam meestal minder geschikt omdat de ruimte veel vocht bevat. Voor vochtige ruimtes is een onderhoudsvriendelijke en vochtbestendige afwerking meestal een betere keuze.
Ja. Als de isolatie, luchtdichting of dampschermaansluiting rond het dakraam niet correct is uitgevoerd, kan warme vochtige binnenlucht in de constructie trekken. Dat kan leiden tot condens, vochtplekken of schimmelvorming.
Wil je vermijden dat je dakraam verkeerd geplaatst wordt?
Een dakraam correct plaatsen vraagt kennis van dakbedekking, waterafvoer, isolatie en afwerking. Via ConfiGo kan je je aanvraag voorbereiden en laten bekijken welke oplossing past bij jouw dak, ruimte en situatie.
Start je aanvraagOntdek welke dakraamoplossing bij jouw woning past.
Ontdek wie achter dit advies zit
Johan Vandebuerie is onafhankelijk dakvensterexpert met meer dan 30 jaar ervaring. Als oprichter van ConfiGo en zaakvoerder van Dak Plus helpt hij particulieren en professionals bij het maken van doordachte keuzes rond daglicht en dakramen.
Hij is laureaat van de Arbeid – Expert en nationaal voorzitter van de dakdekkerssector binnen Embuild.




